Bij dit object heb ik onderzocht hoe drie lagen bijdragen aan de stabiliteit van constructief textiel. Opvallend is dat de laag met openingen niet langer de stabiliteit ondersteunt, maar nu een ruimtelijke functie vervult: deze laag is gesplitst in twee delen en zichtbaar aan beide zijden van het weefsel.
Voor deze lagen zijn vier verschillende lengtes toegepast: twee varianten voor het oranje garen, die niet bijdragen aan de stabiliteit, maar dienen als ballast. Het verschil in lengte tussen het blauwe en gele garen is gebaseerd op een halve cirkel, waarbij geel de diameter vormt en blauw de halve cirkel.
De tekening op de sokkel is een voorstelling van de basis van het weefsel.